Natuurlijk leiderschap
Polarisatie en de kracht van mens-tot-mens verbinding

De afgelopen jaren heb ik bij verschillende organisaties gewerkt aan verduurzaming, zowel in de zuivelsector, bij belangenbehartigers als binnen overheden. In die rol hoorde ik regelmatig van agrariërs dat veel duurzaamheidsinitiatieven onnodig waren omdat bezoekers op het erf meestal hun bedrijfsvoering al erg waardeerden. Bezoekers gingen vrijwel altijd met begrip en waardering weg, na open gesprekken met de agrariër over vakmanschap, dierenwelzijn, milieu en de economische realiteit van het boerenbedrijf.

Tegelijkertijd staat dit in schril contrast met het beeld dat in (sociale) media en politieke debatten wordt neergezet. Daar wordt met harde woorden gesproken over de agrarische sector, waarbij morele oordelen en simplificaties domineren. De vraag die mij daarbij steeds bezighield: hoe kan het dat mensen in persoonlijk contact een genuanceerd gesprek voeren, maar zich in het publieke debat zo polariserend uitlaten over dezelfde groep?

Systemisch gezien ontstaat deze tegenstelling wanneer mensen niet spreken als mens, maar vanuit een rol. Iemand spreekt dan niet als individu, maar als vertegenwoordiger van een systeem: ‘de boer’, ‘de overheid’, ‘de politicus’, ‘de activist’. De ander wordt eveneens gereduceerd tot een rol. In die dynamiek verdwijnen nuance en menselijkheid naar de achtergrond. Het is geen botsing van personen, maar van systemen.

Dat zien we niet alleen in de agrarische sector. Polarisatie ontstaat overal waar systemen tegenover elkaar worden gezet en loyaliteit aan het eigen systeem belangrijker wordt dan menselijkheid. Zodra mensen elkaar ontmoeten buiten die rollen, bijvoorbeeld door beide als ouder actief te zijn in de buurt, op school of bij de sportclub, ontstaat vaak weer ruimte voor begrip en verbinding. Dan is er contact van mens tot mens.

Botsende systemen

Op dit moment probeert de overheid vanuit haar eigen systeem het systeem van de agrarische sector te veranderen, onder het label ‘transitie’. Daarbij wordt onbedoeld vaak gewerkt met tegenstellingen: voor of tegen, meebewegen of blokkeren. Initiatieven zoals agrarische bedrijfsbezoeken door ambtenaren leveren waardevolle gesprekken op, maar hebben beperkt effect zolang beide partijen daarna terugkeren naar hun eigen systeem, met bijbehorende druk, taal en belangen.

Duurzame verandering vraagt daarom om meer dan incidentele ontmoeting. Het vraagt om structurele aandacht voor de mens achter het systeem én voor de logica van het andere systeem. Om het gezamenlijk onderzoeken van raakvlakken, gedeelde waarden en gedeelde doelen. Want in de kern willen de meeste mensen bijdragen aan oplossingen die recht doen aan mens, dier en omgeving. Systemisch werk kan hierin een belangrijke rol spelen. Het helpt om onbewuste oordelen te herkennen, frustraties te plaatsen en oude patronen die samenwerking blokkeren zichtbaar te maken. Niet om schuldigen aan te wijzen, maar om ruimte te creëren voor nieuwe vormen van samenwerking die door meerdere partijen worden gedragen.

Mijn eigen ervaring laat zien hoe krachtig dit kan zijn. Als boerin heb ik meerdere keren gewerkt binnen landelijke en provinciale overheden. Op het moment dat ik als ambtenaar aan de slag ging, maakte ik deel uit van het ambtelijke systeem. Tegelijkertijd bracht ik kennis en ervaring uit het agrarische systeem mee. Juist die dubbele positie maakte het mogelijk om verbindingen te leggen, vanuit een gedeelde passie voor het behalen van milieu- en maatschappelijke doelen.

In Drenthe leidde dat tot een aanpak waarbij, naast de milieudoelen, de weg ernaartoe centraal stond. Door samen met betrokkenen te zoeken naar oplossingen die passen bij het boerensysteem én binnen de kaders van het ambtelijke systeem, ontstond een beloningsregeling op basis van KPI’s. Het huidige steeds verder uitgewerkte programma Duurzaam Boeren Drenthe laat zien hoe systemen elkaar kunnen versterken wanneer ze elkaar serieus nemen en samenwerken vanuit wederzijds begrip. Eenzelfde ontwikkeling zie je bij het Markemodel en in steeds meer gebiedsprocessen.

Kiest het kabinet voor samenwerking?

Voor een nieuw kabinet ligt hier een cruciale opgave. De grote uitdagingen rondom stikstof, klimaat, waterkwaliteit, biodiversiteit, dier- en volksgezondheid vragen om samenwerking tussen systemen, niet om verdere verharding van tegenstellingen. Dat vraagt om leiderschap dat bereid is kwetsbaar te zijn, te luisteren en ruimte te maken voor verbinding.

Wanneer overheid en agrarische sector elkaar niet benaderen als probleemveroorzaker, maar als samenwerkingspartner, ontstaat ruimte voor echte oplossingen. Niet alleen technisch doordacht, maar ook systemisch gedragen. Laten we de komende jaren daarom investeren in verbinding tussen mensen én systemen als basis voor een toekomstbestendige agrarische sector.

Delen

Gerelateerde posts