Natuurlijk leiderschap
Wat familiesystemen organisaties leren
Iedereen maakt deel uit van een systeem dat ouder is dan de organisatie waarin hij of zij werkt: het familiesysteem. De meeste mensen zijn voortgekomen uit twee ouders, die ieder voor de helft genetisch en systemisch bijdragen. Die ouders maken zelf ook weer deel uit van grotere familiesystemen. Zo dragen we allemaal niet alleen biologische kenmerken met ons mee, maar ook patronen, overtuigingen en manieren van omgaan met verantwoordelijkheid, werk en leiderschap vanuit het familiesysteem.
In organisaties zien we vaak dat niet alleen talenten en persoonlijkheidskenmerken (zoals beschreven in mijn vorige blog) bepalend zijn voor het functioneren van mensen. Ook onbewuste loyaliteiten en patronen die hun oorsprong hebben in het gezin van herkomst hebben grote invloed. Denk aan een sterke werkethiek, verantwoordelijkheidsgevoel, strategisch denken of juist zorgend gedrag. Deze eigenschappen kunnen grote krachtbronnen zijn in het werk. Maar regelmatig kunnen ze ook leiden tot knelpunten als ze niet bewust worden herkend of goed worden ingezet.
Wanneer organisaties medewerkers niet alleen benaderen vanuit functieprofielen en competenties, maar ook oog hebben voor de systemische achtergrond van mensen, ontstaan kansen om met meer energie te werken. Zo werd mijzelf duidelijk dat mijn passie voor de agrarische sector sterk verbonden is met mijn familiegeschiedenis aan vaderskant. Mijn beleidsmatige manier van denken heeft juist duidelijk zijn oorsprong aan moederskant. Dat inzicht helpt mij om me bewust te focussen op strategische vraagstukken in de melkveehouderij.
Een ander voorbeeld van hoe familiesystemen doorwerken in organisaties, is de rol van oudste dochters. De invloed van je positie als oudste dochter in een gezin is uitgebreid beschreven in het boek van Aike Borghuis. Oudste dochters nemen van nature vaak verantwoordelijkheid op zich, tonen leiderschap en hebben de neiging het geheel te willen versterken. Niet voor niets zien we hen relatief vaak terug in leidinggevende posities of ondernemerschap.
Als deze ‘oudste dochter kwaliteiten’ op de juiste plek worden ingezet, dragen ze bij aan stabiliteit, structuur en richting in organisaties. Als dat niet gebeurt, ontstaan herkenbare patronen: een (te) sterke verantwoordelijkheid, weinig hulp vragen, ogenschijnlijk alles onder controle – tot het moment dat de rek eruit is. Ook in de agrarische sector zijn deze patronen duidelijk zichtbaar: niet alleen bij oudste (boeren)dochters maar ook bij zonen die al vaak op jongere leeftijd verantwoordelijkheid op zich nemen.
Voor bestuurders en leiders (in e agrarische sector) is het daarom waardevol om te begrijpen in welke systemen mensen van oorsprong staan en welke plek zij daar innemen. Niet om mensen te labelen, maar om hen op een positie te brengen waar hun natuurlijke kwaliteiten bijdragen aan het geheel, zonder dat ze zichzelf uitputten in functies en taken die niet goed bij hen en hun bedrijf passen.
Op de juiste plek functioneer je beter
Wanneer mensen op de juiste plek zitten en op de juiste manier gestimuleerd worden, werken zij met meer gemak, betrokkenheid en plezier. Dat werkt door in teams, samenwerkingen en uiteindelijk in de prestaties van de hele organisatie en zelfs sector. Zo laat systemisch werken zien dat het volgen van natuurlijke principes geen abstract concept is, maar een praktisch en effectief hulpmiddel voor leiderschap en duurzame ontwikkeling. Met name in complexe sectoren als de agrarische waar familiesystemen grote invloed hebben op keuzes die gemaakt worden.